ECLI:NL:PHR:2005:AT7541
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt discretionaire bevoegdheid hof bij terugkomen op deskundigenbericht in koopovereenkomst CV-installatie
In deze zaak staat een geschil centraal over de levering van een CV-installatie die niet aan de overeenkomst zou voldoen. De koper vorderde ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding, terwijl de verkoper betaling van de koopsom eiste. Na diverse procedures en deskundigenonderzoeken heeft het hof de koopovereenkomst ontbonden en de restwaarde van de installatie vastgesteld op een bedrag van circa 4.538 euro, waarbij het rentevoordeel dat de koper had genoten werd verrekend.
Het hof was aanvankelijk voornemens een deskundigenbericht te gelasten om de restwaarde en het voordeelgebruik vast te stellen, maar kwam hierop terug omdat de verkoper zich niet had uitgelaten over de benoeming van een deskundige en de te stellen vragen, en omdat de waardebepaling slechts een grove schatting kon zijn. De Hoge Raad bevestigt dat het hof een discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet een deskundigenbericht te gelasten en dat het hof in redelijkheid de waardebepaling zelf kon uitvoeren.
De klachten van de verkoper dat het hof onbegrijpelijk en onjuist zou hebben gehandeld, worden door de Hoge Raad verworpen. De beslissing van het hof berust op feitenrechterlijke schattingen en op gronden van proceseconomie. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het eindarrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest waarin het hof de koopovereenkomst ontbindt en de restwaarde en het rentevoordeel zelf vaststelt zonder deskundigenbericht.