ECLI:NL:PHR:2005:AT7553
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging doodslag ondanks beroep op noodweer
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin een verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag na een incident op 29 januari 2002 in Leeuwarden. De verdachte stak met een mes in de richting van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer in de hand werd geraakt. De verdachte stelde dat hij was aangevallen en dat sprake was van noodweer, maar maakte dit niet expliciet als verweer.
Het hof achtte de verdachte strafbaar en oordeelde dat geen strafuitsluitingsgrond aanwezig was. Het hof motiveerde dat de verdachte het recht in eigen hand nam door achter het slachtoffer aan te rennen met een mes, ondanks dat het slachtoffer hem eerder had beschoten en bedreigd. De verdachte en zijn raadsman hadden geen expliciet beroep op noodweer gedaan in hoger beroep.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof had moeten reageren op het impliciete beroep op noodweer. De Hoge Raad stelde dat de uitleg van verweren aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof het verweer wel degelijk als noodweer had opgevat en gemotiveerd had verworpen. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en bevestigde de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens poging tot doodslag en verwerpt het beroep op noodweer.