ECLI:NL:PHR:2005:AT8306
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verduistering van in-line skates na mislukte betaling en achterlaten onderpand
Verdachte trok in een winkel in-line skates aan en probeerde te betalen via pinnen, wat mislukte. Hij liet zijn jas, schoenen en identiteitskaart als onderpand achter en ging naar zijn bank om te pinnen. Toen ook dat niet lukte, besloot hij de skates niet terug te brengen omdat hij ze wilde behouden.
Het hof oordeelde dat de skates op het moment van het verlaten van de winkel nog toebehoorden aan de winkel en dat verdachte zich deze wederrechtelijk had toegeëigend, ondanks de gemaakte afspraak met de verkoper. Het hof kwalificeerde dit als verduistering.
Het middel in cassatie stelde dat de eigendomsoverdracht civielrechtelijk al had plaatsgevonden, waardoor de skates niet meer toebehoorden aan de winkel. De Hoge Raad verwierp dit omdat dit een feitelijk onderzoek vereist dat niet in cassatie kan worden gedaan en omdat het hof terecht oordeelde dat geen sprake was van levering volgens civielrechtelijke maatstaven.
De Hoge Raad bevestigde dat het eigenmachtig aantrekken van de skates niet als levering kan worden gezien en dat de wil tot eigendomsoverdracht ontbrak. De verklaring van de verkoper dat de skates toebehoorden aan de winkel was doorslaggevend. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte werd veroordeeld voor verduistering van in-line skates omdat hij deze niet terugbracht na mislukte betaling.