ECLI:NL:PHR:2005:AT8314
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gedeputeerde voor aannemen gift en valsheid in geschrifte in verband met bouwproject Caracasbaai
De zaak betreft een gedeputeerde van het eilandgebied Curaçao die werd verdacht van het aannemen van een gift van Nafl. 50.000,- van investeerders, met het oogmerk hem te bewegen in strijd met zijn ambtsplicht te handelen ten gunste van een bouwproject aan de Caracasbaai. Daarnaast werd hij verdacht van medeplegen van valsheid in geschrifte door het opmaken van een valse schuldbekentenis namens een stichting waarvan hij voorzitter was.
De feiten werden bewezen door diverse bewijsmiddelen waaronder bankafschriften, verklaringen van betrokkenen, en getuigenverklaringen. De verdachte had als gedeputeerde invloed op de uitgifte van gronden en vergunningen en was voorzitter van een stichting die betrokken was bij de aankoop van grond voor een partijgebouw. Het hof concludeerde dat de verdachte kennis had van de herkomst van het geld en de valsheid van de schuldbekentenis, mede doordat hij de penningmeester opdracht gaf deze te ondertekenen.
De verdachte werd vrijgesproken van het voordeel trekken uit misdrijf wegens onvoldoende bewijs van opzet, maar veroordeeld voor medeplegen van het aannemen van een gift en valsheid in geschrifte. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde de straf van vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De zaak illustreert de strenge toetsing van ambtelijk handelen in relatie tot corruptie en het belang van nauwkeurige bewijsvoering bij valsheid in geschrifte. Tevens werd de uitleg van het begrip "geld" in de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld besproken, waarbij ook bankierscheques hieronder vallen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.