ECLI:NL:PHR:2005:AT8784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht man voor partneralimentatie ondanks verliesgevende onderneming
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2004 gescheiden. De vrouw vorderde partneralimentatie van €525 per maand vanaf het moment dat zij en de kinderen de voormalige echtelijke woning zouden verlaten. De man exploiteert sinds 2002 een verliesgevende eenmanszaak en betaalde de hypotheeklasten van de woning. De rechtbank wees het verzoek om partneralimentatie af wegens onduidelijkheid over de financiële situatie na verkoop van de woning.
In hoger beroep stelde het hof dat de man, ondanks het negatieve bedrijfsresultaat, een redelijke verwachting had dat zijn bedrijf zou groeien en dat hij zijn woonlasten zou verlagen na vertrek van vrouw en kinderen. Daarom achtte het hof hem draagkrachtig om de gevraagde partneralimentatie te voldoen. De man stelde cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat het hof onvoldoende rekening hield met het feitelijke negatieve inkomen en dat de alimentatie onbepaalde tijd werd vastgesteld.
De Hoge Raad bevestigde dat de draagkracht niet alleen afhangt van het huidige inkomen, maar ook van het inkomen dat redelijkerwijs in de toekomst kan worden verkregen. Het hof had voldoende gemotiveerd dat het inkomensverlies herstelbaar was en dat de man zijn financiën zodanig moest inrichten dat hij aan zijn onderhoudsverplichting kon voldoen. Klachten over motivering en het ontbreken van een termijn voor de alimentatieplicht faalden. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de man partneralimentatie van €525 per maand moet betalen vanaf het moment dat vrouw en kinderen de woning verlaten.