ECLI:NL:PHR:2005:AT8790
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ultimum remedium bij voorlopige machtiging gedwongen opname en alternatieven voor gevaar afwending
In deze zaak heeft de rechtbank een voorlopige machtiging verleend voor gedwongen opname van betrokkene vanwege een chronische post-partum depressie met ernstige psychotische symptomen, die leidde tot paranoïde wanen en verwaarlozing van haar minderjarige kinderen. De gezinsvoogd en GGNet concludeerden dat opname noodzakelijk was omdat het gevaar voor de kinderen niet anders kon worden afgewend.
Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beslissing met het argument dat het gevreesde gevaar kon worden afgewend door uithuisplaatsing van de kinderen, waardoor opname niet het ultimum remedium zou zijn. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter een beoordelingsmarge heeft bij de vraag of het gevaar buiten het ziekenhuis kan worden afgewend, en dat theoretische alternatieven niet voldoende zijn; het moet praktisch mogelijk zijn en redelijkerwijs van betrokkenen verlangd kunnen worden.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat uithuisplaatsing van de kinderen geen reëel alternatief was, mede omdat dit zou leiden tot verlies van dagelijks contact met de vader. Ook de weigering van betrokkene om behandeling te accepteren speelt mee. De motivering van de rechtbank is voldoende en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot gedwongen opname blijft in stand.