ECLI:NL:PHR:2005:AT8809
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep
In deze zaak betrof het cassatieberoep een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verzoekster werd veroordeeld voor meerdere diefstal- en poging-tot-diefstal feiten, gepleegd door meerdere verenigde personen, met bijkomende strafrechtelijke beslissingen. Het hof had geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep geen gevolgen hoefde te hebben omdat de eerste aanleg voortvarend was behandeld.
De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering onvoldoende is, gelet op de bijna drie jaar durende duur van de behandeling in hoger beroep. De Hoge Raad neemt de zaak zelf af omwille van doelmatigheid en past strafvermindering toe. Daarnaast wordt geoordeeld dat het hof terecht heeft afgezien van het hernieuwd oproepen van een buitenlandse getuige, omdat deze niet binnen een aanvaardbare termijn kon verschijnen.
Ook wordt bevestigd dat de betalingsverplichting op grond van art. 36f Sr, ondanks toepassing van de schuldsaneringsregeling, een aanvullende zekerheid voor de benadeelde partij blijft vormen. De middelen van verzoekster worden verworpen, waarmee het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, past strafvermindering toe wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt de opgelegde betalingsverplichting.