ECLI:NL:PHR:2005:AT9453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid en toepasselijkheid exoneratieclausule bij gebrekkige installatie verwarmingsinstallatie
Futura B.V. gaf opdracht aan [verweerster 1] voor levering en montage van een verwarmingsinstallatie inclusief een Hamworthy gas/oliebrander en een CO-detector. Tijdens de installatie boorde een monteur van Hamworthy een gaatje in het condenspotje van de vochtafscheider om ophoping van water te voorkomen. Later bleek dat de CO-detector niet goed functioneerde, wat leidde tot schade aan het gerberagewas.
Futura en Hagelunie vorderden schadevergoeding van [verweerster 1] en Hamworthy. De rechtbank oordeelde dat [verweerster 1] aansprakelijk was maar dat de exoneratieclausule van toepassing was, waardoor alleen bedrijfsschade werd uitgesloten. Het boren van het gaatje door Hamworthy werd niet als onrechtmatig beschouwd. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat het boren van het gaatje niet onzorgvuldig of roekeloos was, en dat de exoneratieclausule rechtsgeldig was overeengekomen.
In cassatie werden diverse klachten over het oordeel van het hof verworpen, onder meer omdat onvoldoende is gesteld of gebleken dat het boren van het gaatje in strijd was met installatievoorschriften of dat sprake was van grove schuld of opzet. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel dat de exoneratieclausule niet onredelijk bezwarend is en dat Hamworthy niet onrechtmatig heeft gehandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de exoneratieclausule is van toepassing en Hamworthy handelde niet onrechtmatig.