ECLI:NL:PHR:2005:AU1988
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens diefstal met onbegrijpelijke afwijzing verzoek aanhouding zitting wegens detentie in Duitsland
De verdachte was in Duitsland gedetineerd en kon daardoor niet aanwezig zijn bij de terechtzittingen in hoger beroep in Nederland. Zijn raadsman verzocht herhaaldelijk om aanhouding van de behandeling totdat de verdachte aanwezig kon zijn. Het hof wees deze verzoeken af met het argument dat onduidelijk was of en wanneer de verdachte overgebracht kon worden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar mogelijkheden van internationale rechtshulp en dat het niet aannemelijk is dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te worden berecht. De aanwezigheid van een gemachtigde raadsman is onvoldoende om het recht op aanwezigheid te vervangen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor nieuwe behandeling. Daarbij wordt benadrukt dat bij het bepalen van de redelijke termijn van berechting een uitstel op verzoek van de verdachte voor zijn rekening komt.
De zaak betreft twee veroordelingen wegens diefstal, waaronder diefstal met gebruik van valse sleutels, met een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd door het hof. De Hoge Raad bevestigt het belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte in het strafproces, ook bij detentie in het buitenland.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nieuwe behandeling wegens onbegrijpelijke afwijzing van het verzoek tot aanhouding.