ECLI:NL:PHR:2005:AU2023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en motivering bij schatting wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingszaak
In deze zaak gaat het om de beoordeling van de bewijsmiddelen en de motivering bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel in een ontnemingsprocedure ex artikel 36e Sr. De veroordeelde werd veroordeeld voor twee overvallen waarbij geldbedragen werden buitgemaakt. Het hof schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van de bewezenverklaringen uit de hoofdzaak en een financieel rapport, waarbij het hof slechts een beperkt deel van het rapport gebruikte.
De Hoge Raad bespreekt of het hof aan de eis van artikel 511g lid 2 jo. 415 jo. 359 Sv heeft voldaan door de inhoud van de bewijsmiddelen in de ontnemingsuitspraak op te nemen. De conclusie is dat de bewezenverklaring uit de hoofdzaak een toereikende grondslag kan vormen voor de schatting van het voordeel, en dat de ontnemingsrechter daaraan gebonden is. Het hof hoeft de bewezenverklaring niet integraal opnieuw te bewijzen of alle bewijsmiddelen volledig te vermelden.
De Hoge Raad benadrukt dat de motivering voldoende inzichtelijk moet zijn en dat het hof in deze zaak duidelijk heeft aangegeven welke delen van het financieel rapport zijn gebruikt. De schatting van het voordeel is daarmee voldoende gestaafd en de motivering voldoet aan de wettelijke eisen. Het middel van cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is voldoende gemotiveerd en gestaafd.