ECLI:NL:PHR:2005:AU2239
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt herstelbaarheid vormverzuim bij kennisgeving DNA-uitslag en weigert bewijsuitsluiting
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor gekwalificeerde diefstal. Verdachte stelde in cassatie dat het DNA-bewijs onrechtmatig was verkregen omdat het bevel tot afname van celmateriaal niet aan de wettelijke eisen voldeed en omdat hij niet schriftelijk was geïnformeerd over de DNA-uitslag en de mogelijkheid tot tegenonderzoek.
De Hoge Raad overweegt dat het vormverzuim in de kennisgeving van de DNA-uitslag herstelbaar was doordat verdachte nog ter terechtzitting in hoger beroep een tegenonderzoek kon verzoeken, wat niet is gebeurd. Daarnaast is het bevel tot afname celmateriaal gegeven in een andere zaak dan waarvoor verdachte werd vervolgd, waardoor art. 359a Sv niet van toepassing is.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat het bewijs niet uitgesloten hoeft te worden. De belangen van verdachte zijn niet onevenredig geschaad, mede omdat hij steeds rechtsbijstand had en geen verzoek tot tegenonderzoek heeft ingediend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het bewijs van het DNA-onderzoek wordt toegelaten.