ECLI:NL:PHR:2005:AU2406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwijdering van onrechtmatige uitbouw en vluchttrap wegens overschrijding erfdienstbaarheid en misbruik van recht
In deze zaak vorderde [verweerster] de verwijdering van een door AVO op de tweede verdieping gebouwde uitbouw en een vluchttrap die op haar perceel overhing, omdat deze niet onder de gevestigde erfdienstbaarheid viel. De rechtbank en het hof te 's-Gravenhage oordeelden dat AVO onrechtmatig handelde en dat sprake was van grove schuld, waardoor de vordering tot amotie toewijsbaar was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof te Amsterdam voor een belangenafweging op grond van artikel 3:13 lid 2 BW Pro. Het hof Amsterdam bevestigde vervolgens dat de belangen van AVO bij handhaving van de uitbouw niet opwogen tegen het eigendomsrecht van [verweerster], ook al bood AVO schadevergoeding aan. De vluchttrap moest eveneens worden verwijderd omdat deze geen zelfstandig belang meer had na verwijdering van de uitbouw.
AVO stelde in cassatie dat het hof onjuiste rechtsopvattingen hanteerde en onvoldoende motiveerde, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten. Het hof had terecht geoordeeld dat het belang van de eigenaar bij handhaving van haar eigendomsrecht zwaarder woog dan het belang van AVO bij extra ruimte. De Hoge Raad bevestigde dat misbruik van bevoegdheid beoordeeld moet worden aan de hand van het onevenredigheidscriterium en dat schadevergoeding niet in de plaats kan komen van verwijdering bij grove schuld of kwade trouw.
De Hoge Raad wees ook de klacht af dat het hof onvoldoende rekening hield met de vluchttrap, aangezien deze afhankelijk was van de uitbouw. Nieuwe stellingen van AVO na verwijzing werden niet in behandeling genomen omdat zij niet voldeden aan de uitzonderingen voor nieuwe feiten of recht. De conclusie van de Procureur-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de uitbouw op de tweede verdieping en de vluchttrap wordt toegewezen vanwege overschrijding erfdienstbaarheid en misbruik van recht.