ECLI:NL:PHR:2005:AU2853
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid verzekeraar tot vernietiging verzekeringsovereenkomst en rechtsverwerking
De zaak betreft een geschil tussen eiser en verzekeraar AXA over de vernietiging van een arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van art. 251 K. AXA stelde dat eiser bij het aangaan van de verzekering onjuiste gegevens had verstrekt en daardoor de verzekering mocht vernietigen.
Eiser stelde dat AXA haar bevoegdheid tot vernietiging had verloren door bevestiging van de overeenkomst (art. 3:55 lid 1 BW Pro), door het niet tijdig kiezen tussen bevestiging en vernietiging binnen een redelijke termijn (art. 3:55 lid 2 BW Pro) en door rechtsverwerking. Zowel rechtbank als hof wezen de vordering van eiser af.
De Hoge Raad bevestigde dat uit het gedrag van AXA niet mocht worden afgeleid dat zij definitief aan de overeenkomst wenste vast te houden en dat eiser onvoldoende had gesteld dat hij aan AXA een termijn had gesteld om te kiezen tussen bevestiging en vernietiging. Ook was geen sprake van rechtsverwerking omdat eiser geen gerechtvaardigd vertrouwen kon hebben dat AXA de overeenkomst niet zou vernietigen en hij niet in een nadeliger positie was gebracht.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van eiser en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de vordering van eiser werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat AXA haar bevoegdheid tot vernietiging niet heeft verloren en wijst de vordering van eiser af.