ECLI:NL:PHR:2005:AU2864
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillietverklaring Tasc wegens betalingsonmacht ondanks betwisting vorderingen
Tasc heeft op 7 december 2004 een verzoek tot faillietverklaring ingediend gekregen na een vonnis van de rechtbank Rotterdam dat haar veroordeelde tot betaling van achterstallig salaris. De rechtbank verklaarde Tasc op 8 februari 2005 failliet wegens het niet nakomen van betalingsverplichtingen. Het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde dit vonnis op 21 april 2005, waarbij het oordeelde dat Tasc ook ondanks betwisting van de vorderingen in een toestand verkeert van opgehouden te betalen.
Tasc stelde in cassatie dat zij niet in betalingsonmacht verkeert, dat zij in hoger beroep is gegaan tegen het vonnis en dat zij geen schulden onbetaald laat. De Hoge Raad verwierp deze klachten omdat zij niet voldeden aan de eisen voor cassatie en onvoldoende onderbouwd waren. Ook het argument dat de loonbelasting verschuldigd zou zijn door de wederpartij werd afgewezen, omdat dit de vaststelling van betalingsonmacht niet wegneemt gezien de steunvorderingen en de verklaring van de curator dat Tasc haar werkzaamheden heeft gestaakt.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat Tasc in een toestand verkeert van opgehouden te betalen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de faillietverklaring van Tasc in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de faillietverklaring van Tasc.