ECLI:NL:PHR:2005:AU3311
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late instelling en onjuiste dagvaarding
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. De kantonrechter had de verdachte veroordeeld tot twee weken hechtenis en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid wegens het niet verzekeren van een op zijn naam staande auto.
De verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting in hoger beroep, terwijl zijn raadsman wel aanwezig was, maar zonder de vereiste machtiging. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. De raadsman gaf aan dat de verdachte door een misverstand met de dienst vervoer niet was aangevoerd, maar het hof heeft nagelaten te onderzoeken waarom de verdachte niet aanwezig was en of het onderzoek geschorst had moeten worden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de dagvaarding persoonlijk aan de verdachte was uitgereikt, terwijl deze in werkelijkheid aan een schriftelijk gemachtigde was uitgereikt. Dit had het hof moeten corrigeren, maar dit leidt niet tot vernietiging van het arrest omdat uitreiking aan een gemachtigde gelijkstaat aan uitreiking aan de verdachte.
De Hoge Raad bevestigt dat de verdachte binnen veertien dagen na het vonnis hoger beroep had moeten instellen, wat niet is gebeurd. Daarom is de niet-ontvankelijkheid terecht. Er zijn geen aanwijzingen dat een nieuwe behandeling tot een andere uitkomst zou leiden, zodat het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens te late instelling en correcte uitreiking van de dagvaarding aan een gemachtigde.