1 Zie het bestreden vonnis van de rechtbank 's Hertogenbosch van 31 maart 2004, r.o. 4.2 alsmede het tussenvonnis van het Kantongerecht 's Hertogenbosch d.d. 15 april 1999, p. 1, laatste alinea.
2 Zie het bestreden vonnis van de rechtbank 's Hertogenbosch van 31 maart 2004, r.o. 4.4 en het tussenvonnis van het Kantongerecht 's Hertogenbosch d.d. 15 april 1999, p. 2, voorlaatste alinea.
3 Zie het tussenvonnis van de kantonrechter van 15 april 1999, p. 3, tweede alinea en het bestreden vonnis van de rechtbank van 31 maart 2004, r.o. 4.10, tweede alinea, laatste volzin.
4 Deze omstandigheid heeft in cassatie als hypothetische feitelijke grondslag te gelden, nu de rechtbank (r.o. 4.11) de gegrondheid van de grieven van [eiser] tegen het oordeel van de kantonrechter dat [verweerster] was geslaagd in het bewijs dat bedoelde instructie was gegeven, uitdrukkelijk in het midden heeft gelaten.
5 Zie de vijfde foto, overgelegd als productie 1 bij conclusie van antwoord. Blijkens deze foto was de waarschuwingssticker voorzien van de tekst:
"GEVAAR
AMPUTATIE-GEVAAR
Veiligheidskappen niet verwijderen.
niet onder de veiligheidskappen komen
tenzij de hoofdschakelaar uit is"
en voorts van een plaatje van een hand onder een verticale staaf (de pers).
6 Dit geldt ook voor het aannemen van een verplichting tot het treffen van andere voorzorgsmaatregelen, bijvoorbeeld het hanteren en handhaven van de regel dat alleen ervaren werknemers met de machine mogen werken, het kiezen van een veiliger alternatief dan de bewuste machine, het (laten) aanpassen van de machine waardoor storingen die moeten worden verholpen minder vaak of niet meer voorkomen etc. Dit zijn overigens slechts voorbeelden van maatregelen die in theorie in een bepaalde situatie van een werkgever zouden kunnen worden verlangd; in de onderhavige procedure is door [eiser] niet aangevoerd dat deze maatregelen hadden moeten worden genomen. Sommige maatregelen kunnen inderdaad alleen van de werkgever worden gevergd indien de handelwijze van de werknemer voorzienbaar is; dit zou in het onderhavige geval kunnen gelden voor het afdichten van de bewuste richel in de machine met een beveiligingsstrip, doch zie hierna onder 14.
7 Zie HR 25 juni 1993, NJ 1993, 686 m.nt. PAS (Cijsouw / De Schelde), waarin de Hoge Raad overwoog dat indien de werkgever tekort is geschoten in haar verplichting om al die veiligheidsmaatregelen te nemen welke waren vereist met het oog op de haar bekende gevaren van het werken met asbest en dit verzuim de kans dat de werknemer een tot mesothelioom leidend asbestkristal zou binnenkrijgen, in aanmerkelijke mate heeft verhoogd, de werkgever ingevolge art. 1638x voor de daaruit voortvloeiende schade aansprakelijk is, ook al heeft die nalatigheid geleid tot de verwezenlijking van een haar toen niet bekend gevaar (mesothelioom). Eventueel kan de werkgever dan nog wel aan aansprakelijkheid ontkomen door te bewijzen dat de nagelaten voorzorgsmaatregelen dít gevaar niet zouden hebben voorkomen.
8 Zie de - door [verweerster] niet bestreden - getuigenverklaring van haar afdelingschef [betrokkene 2], proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 24 januari 1999 in eerste aanleg.
9 Zie de - door [verweerster] in zoverre niet betwiste - getuigenverklaring van [eiser], proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 17 april 2000 in eerste aanleg.