ECLI:NL:PHR:2005:AU3469
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op vrijstellingsgrond leerplichtwet bij schoolverzuim
De zaak betreft een moeder die werd veroordeeld wegens het niet inschrijven van haar kinderen op school, terwijl zij het gezag over hen uitoefende. Zij had tijdig een kennisgeving gedaan voor vrijstelling van de leerplicht op grond van haar levensbeschouwing, maar het hof oordeelde dat geen vrijstellingsgronden aanwezig waren.
De Hoge Raad overweegt dat het doen van een tijdige kennisgeving aan het college van burgemeester en wethouders gelijkstaat aan het doen van een beroep op de vrijstellingsgrond van artikel 5 sub b van Pro de Leerplichtwet 1969. Dit betekent dat ook bij verstekzaken het hof verplicht is te onderzoeken of het beroep gegrond is, ook als de verdachte zich niet ter zitting op de vrijstelling beroept.
In deze zaak was het hof niet gehouden zijn oordeel nader te motiveren omdat de verdachte in hoger beroep niet was verschenen en geen beroep op de vrijstellingsgrond had gedaan. Het hof baseerde zich op de verklaring van de leerplichtambtenaar dat geen vrijstellingsgronden aanwezig waren. De Hoge Raad acht dit oordeel begrijpelijk en niet onjuist, mede gelet op eerdere uitspraken waarin soortgelijke bezwaren tegen het verplichte karakter van het onderwijs niet als vrijstellingsgrond werden erkend.
Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. De veroordeling tot geldboete en subsidiaire hechtenis blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van de Leerplichtwet 1969 blijft in stand.