ECLI:NL:PHR:2005:AU3470
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde verbeurdverklaring van auto na snelheidsovertreding
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor een snelheidsovertreding, waarbij hij een geldboete, rijontzegging en verbeurdverklaring van zijn auto opgelegd kreeg. De verdachte maakte bezwaar tegen de verbeurdverklaring, onder meer vanwege zijn financiële situatie en het belang van de auto voor het bezoeken van zijn kind.
Het hof motiveerde de verbeurdverklaring slechts summier, verwijzend naar de recidive van de verdachte en de aard van het bewezenverklaarde feit. De Hoge Raad oordeelt dat de motivering onvoldoende is, vooral gezien de relatief lage maximale straf voor deze overtreding en de waarde van de auto (€10.000). Verbeurdverklaring van een voorwerp met een waarde die de maximale boete ver overschrijdt, vereist een nadere motivering.
De Hoge Raad wijst ook op de richtlijnen omtrent inbeslagneming bij verkeersdelicten, die niet automatisch verbeurdverklaring voorschrijven. Er was geen sprake van een geconcretiseerde gevaarzetting of andere bijzondere omstandigheden die verbeurdverklaring rechtvaardigen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling van de verbeurdverklaring, waarbij het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van de auto wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.