ECLI:NL:PHR:2005:AU3949
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanhoudingsverzoek en toepassing aanwezigheidsrecht verdachte in hoger beroep
In deze zaak is verdachte in hoger beroep niet verschenen, terwijl de appeldagvaarding persoonlijk aan hem was betekend. Het hof weigerde het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak, omdat niet aannemelijk was dat verdachte of zijn raadsman verhinderd waren. De advocaat-generaal verzette zich tegen aanhouding en het hof verleende verstek.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat verdachte afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht door niet te verschijnen zonder geldige reden. De Hoge Raad benadrukt dat het aan de verdediging is om sterke aanwijzingen te leveren voor verhindering, zoals ziekte of detentie, wat hier niet is gebeurd.
Hoewel het proces-verbaal geen inhoudelijke weergave gaf van opmerkingen van de advocaat-generaal over een gesprek met de raadsman, leidt dit niet tot cassatie. Wel is vastgesteld dat de cassatie-inzending met een maand vertraging is ontvangen, wat aanleiding kan geven tot strafverlaging.
De Hoge Raad verwerpt het tweede middel dat het aanwezigheidsrecht zou zijn geschonden en acht het eerste middel gegrond vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De straf kan daarom worden verlaagd, maar de overige klachten worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen, verstek verleend en de straf kan worden verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.