ECLI:NL:PHR:2005:AU5757
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van spuwen als feitelijke belediging en kwalificatie bij tegenstrijdige tenlastelegging
In deze zaak stond de vraag centraal of het spuwen in het gezicht van een agent als een mondelinge belediging ex art. 266 Sr Pro kan worden gekwalificeerd. De Hoge Raad stelt vast dat spuwen een feitelijke belediging is en niet onder de definitie van mondelinge belediging valt, die betrekking heeft op woorden of geluiden.
De tenlastelegging bevatte de term "mondelinge" belediging, maar deze is volgens de Hoge Raad als een misslag te beschouwen. Omdat de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad door deze onjuiste term, leest de Hoge Raad de bewezenverklaring verbeterd. Het hof heeft de bewezenverklaring terecht gekwalificeerd als eenvoudige belediging op grond van feitelijkheden.
Verder werd besproken dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig was, omdat de kwalificatie niet strookte met de feitelijke uitwerking. Dit zou in principe tot nietigheid van de dagvaarding moeten leiden, maar omdat de verdachte in hoger beroep verscheen en niet klaagde over onduidelijkheid, werd dit niet als een reden tot vernietiging gezien.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde de veroordeling voor eenvoudige belediging door spuwen in het gezicht van een agent.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor eenvoudige belediging door spuwen in het gezicht van een agent.