ECLI:NL:PHR:2005:AU6050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadestaatprocedure bij schadevergoeding brandverzekeraar
In deze zaak staat centraal of het hof terecht heeft verwezen naar een schadestaatprocedure voor de vaststelling van schadevergoeding die [verweerder] vordert van de brandverzekeraar ZA. [Verweerder] exploiteerde een winkelpand waar brand uitbrak. Hij vordert vergoeding van onder meer opruimingskosten en schade door het niet tijdig uitkeren van verzekeringspenningen.
De rechtbank wees de vorderingen af wegens merkelijke schuld van [verweerder] aan de brand. Het hof oordeelde echter dat onvoldoende vaststond dat [verweerder] de brand opzettelijk veroorzaakte en kende deels de vrijwaringsvordering toe. Tevens veroordeelde het hof ZA tot vergoeding van door haar tekortkoming geleden schade, nader op te maken bij staat.
In cassatie betoogt ZA dat de schadestaatprocedure niet van toepassing is op primaire schadevergoedingsverplichtingen uit een verzekeringsovereenkomst. De Hoge Raad bevestigt deze regel en stelt dat het hof niet heeft bedoeld een primaire schadevergoeding toe te kennen, maar een vergoeding voor de schade door het tekortschieten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst. De schadestaatprocedure is hier wel passend omdat de schade nog niet exact kan worden vastgesteld.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt het arrest van het hof dat ZA aansprakelijk is voor de schade door haar tekortkoming en dat de schadestaatprocedure passend is voor de vaststelling van de omvang daarvan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft terecht de schadestaatprocedure toegepast voor schadevergoeding wegens tekortkoming van de verzekeraar.