ECLI:NL:PHR:2005:AU6373
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafverlaging wegens schending redelijke termijn en verwerpt wijziging tenlastelegging over kabeldoorzaag
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf voor deelname aan een criminele organisatie, poging tot diefstal met braak en medeplegen van poging tot zware mishandeling. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen dit vonnis.
Het eerste middel klaagt over de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase, aangezien de stukken pas acht maanden na het instellen van het beroep werden ontvangen, waardoor een voortvarende behandeling niet mogelijk was. De Hoge Raad acht dit middel gegrond en besluit de opgelegde straf te verlagen.
Het tweede middel betreft een vermeende wijziging van de tenlastelegging: het hof verklaarde bewezen dat een telefoonkabel was doorgezaagd, terwijl de tenlastelegging sprak van door- of kapotknippen. De Hoge Raad oordeelt dat deze correctie een kennelijke schrijffout betreft en geen wezenlijke wijziging in de feitelijke omschrijving, waardoor verdachte niet in zijn verdediging is geschaad. Dit middel wordt verworpen.
De Hoge Raad concludeert tot strafverlaging wegens termijnoverschrijding en verwerpt het overige cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof grotendeels in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verlaagt de straf wegens schending van de redelijke termijn en verwerpt het middel over de wijziging in de tenlastelegging.