ECLI:NL:PHR:2005:AU6797
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitlevering en toepassing ne bis in idem bij eerdere Belgische veroordeling
In deze zaak werd de uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten gevraagd voor drugshandel gerelateerde feiten. De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon reeds in België was veroordeeld voor dezelfde feiten, waardoor uitlevering volgens het ne bis in idem-beginsel niet toegestaan zou zijn.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat uitlevering niet geweigerd wordt indien de straf in België niet is uitgevoerd, niet ten uitvoer gelegd wordt of niet meer ten uitvoer kan worden gelegd. In deze zaak was niet gesteld dat de straf was uitgevoerd; integendeel, de Belgische veroordeling was onherroepelijk geworden in 2004, maar de straf was niet geëxecuteerd en de Belgische autoriteiten streefden nog uitvoering na.
De Hoge Raad bevestigde dat op grond van het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS, artikel 68 Sr Pro en artikel 54 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, het ne bis in idem-beginsel alleen toepassing vindt indien de straf is ondergaan, wordt uitgevoerd of niet meer ten uitvoer kan worden gelegd. De conclusie van de procureur-generaal was dat het cassatiemiddel ongegrond was en het beroep verworpen moest worden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat uitlevering aan de Verenigde Staten toelaatbaar is omdat de Belgische straf niet is uitgevoerd.