ECLI:NL:PHR:2005:AU7504

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C05/216HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 lid 3 RvArt. 111 lid 2 onder h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verstekverlening en dagvaarding in cassatie bij rechtsopvolging na fusie

In deze zaak staat centraal de vraag hoe om te gaan met een dagvaarding in cassatie waarbij de eiseres niet heeft aangegeven een domicilie te hebben gekozen bij een advocaat bij de Hoge Raad, noch dat zij in cassatie wordt vertegenwoordigd door een advocaat. Dit is in strijd met de vereisten van artikel 407 lid 3 in Pro samenhang met artikel 111 lid 2 onder Pro h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hetgeen leidt tot nietigheid. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze tekortkoming herstelbaar is.

Daarnaast is relevant dat de dagvaarding vermeldt dat Rodamco Winkels Nederland BV de rechtsopvolgster onder algemene titel is van de geïntimeerde in hoger beroep. De eiseres dient daarom stukken te overleggen waaruit deze rechtsopvolging blijkt om ontvankelijkheid te waarborgen.

Ten slotte wordt in de conclusie gewezen op een onjuiste en niet op de wet gebaseerde mededeling in het exploit over het rechtsgevolg van verstekverlening, die een verkeerde gewoonte dreigt te worden. De conclusie adviseert dat in het herstelexploit duidelijk moet worden vermeld dat aan verstekverlening niet automatisch toewijzing van de vordering is verbonden.

De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt het belang van correcte processtukken en waarschuwt tegen misverstanden over de gevolgen van verstekverlening in cassatieprocedures.

Uitkomst: De tekortkomingen in de dagvaarding zijn herstelbaar en eiseres moet stukken overleggen ter bewijs van rechtsopvolging; onjuiste mededeling over verstekverlening dient te worden gecorrigeerd.

Conclusie

Rolnr C05/216HR
mr. Spier
Zitting 7 oktober 2005
Conclusie op verstek
inzake
[eiseres]
tegen
Rodamco Winkels Nederland BV
(hierna: Rodamco)
1. Niet wordt aangegeven dat [eiseres] domicilie heeft gekozen bij een advocaat bij de Hoge Raad; noch ook dat mr Duijsens haar in het geding in cassatie als zodanig zal vertegenwoordigen. Aldus is gehandeld in strijd met art. 407 lid 3 Rv Pro. in samenhang met art. 111 lid 2 onder Pro h Rv. Hetgeen daarin is bepaald, is voorgeschreven op straffe van nietigheid. Deze tekortkoming leent zich evenwel voor herstel.
2. Volgens de cassatiedagvaarding is Rodamco de rechtsopvolgster onder algemene titel van de geïntimeerde in appèl. Met het oog op de ontvankelijkheid dient [eiseres] stukken over te leggen waaruit deze rechtsopvolging blijkt.(1)
3. Halverwege het exploit komt de mededeling voor dat de Hoge Raad - kort gezegd - de vordering toewijst ingeval van verstekverlening. Deze niet op de wet berustende en volstrekt onjuiste mededeling - klaarblijkelijk afkomstig van mr Duijsens - begint in zwang te raken. Sprake is van een volstrekt verkeerde gewoonte. M.i. ware in het herstelexploit aan te geven dat dit rechtsgevolg niet aan verstekverlening is verbonden.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot:
* dagbepaling voor het uitbrengen van een herstelexploit als vermeld onder 1 onder toevoeging van een correctie als vermeld onder 3;
* overlegging van stukken als bedoeld onder 2.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
1 Vgl. HR 11 maart 2005, RvdW 2005, 40.