ECLI:NL:PHR:2005:AU7504
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekverlening en dagvaarding in cassatie bij rechtsopvolging na fusie
In deze zaak staat centraal de vraag hoe om te gaan met een dagvaarding in cassatie waarbij de eiseres niet heeft aangegeven een domicilie te hebben gekozen bij een advocaat bij de Hoge Raad, noch dat zij in cassatie wordt vertegenwoordigd door een advocaat. Dit is in strijd met de vereisten van artikel 407 lid 3 in Pro samenhang met artikel 111 lid 2 onder Pro h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hetgeen leidt tot nietigheid. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze tekortkoming herstelbaar is.
Daarnaast is relevant dat de dagvaarding vermeldt dat Rodamco Winkels Nederland BV de rechtsopvolgster onder algemene titel is van de geïntimeerde in hoger beroep. De eiseres dient daarom stukken te overleggen waaruit deze rechtsopvolging blijkt om ontvankelijkheid te waarborgen.
Ten slotte wordt in de conclusie gewezen op een onjuiste en niet op de wet gebaseerde mededeling in het exploit over het rechtsgevolg van verstekverlening, die een verkeerde gewoonte dreigt te worden. De conclusie adviseert dat in het herstelexploit duidelijk moet worden vermeld dat aan verstekverlening niet automatisch toewijzing van de vordering is verbonden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt het belang van correcte processtukken en waarschuwt tegen misverstanden over de gevolgen van verstekverlening in cassatieprocedures.
Uitkomst: De tekortkomingen in de dagvaarding zijn herstelbaar en eiseres moet stukken overleggen ter bewijs van rechtsopvolging; onjuiste mededeling over verstekverlening dient te worden gecorrigeerd.