ECLI:NL:PHR:2005:AU8904
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk niet voldoen aan oproeping vervangende dienst met beoordeling redelijke termijn en strafmaat
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk niet voldoen aan een wettige oproeping tot het vervullen van vervangende dienst.
De verdediging stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat de betekening van de verstekmededeling van het arrest van 17 juni 1998 pas bijna twee jaar en drie maanden later, op 11 september 2000, rechtsgeldig was geschied. Hierdoor kwam een periode van bijna een jaar en drie maanden voor rekening van het Openbaar Ministerie. De Hoge Raad oordeelde dat de daaropvolgende vertraging voor rekening van de verdachte kwam, omdat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat hij door de betekening op de hoogte was van het arrest.
Daarnaast werd geklaagd dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de strafverlichtende omstandigheden, zoals de afschaffing van de opkomstplicht en het tijdsverloop in de strafprocedure. De Hoge Raad vond deze klacht kansloos en oordeelde dat het hof terecht alleen rekening had gehouden met de gedeeltelijke vervulling van de gewone militaire dienst bij het bepalen van de straf.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot vernietiging van het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf, waarbij het oordeel over schuld en bewezenverklaring ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf tot minder dan vijf maanden gevangenisstraf.