ECLI:NL:PHR:2005:AU8904

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00480/05
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens opzettelijk niet voldoen aan oproeping vervangende dienst met beoordeling redelijke termijn en strafmaat

Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk niet voldoen aan een wettige oproeping tot het vervullen van vervangende dienst.

De verdediging stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat de betekening van de verstekmededeling van het arrest van 17 juni 1998 pas bijna twee jaar en drie maanden later, op 11 september 2000, rechtsgeldig was geschied. Hierdoor kwam een periode van bijna een jaar en drie maanden voor rekening van het Openbaar Ministerie. De Hoge Raad oordeelde dat de daaropvolgende vertraging voor rekening van de verdachte kwam, omdat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat hij door de betekening op de hoogte was van het arrest.

Daarnaast werd geklaagd dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de strafverlichtende omstandigheden, zoals de afschaffing van de opkomstplicht en het tijdsverloop in de strafprocedure. De Hoge Raad vond deze klacht kansloos en oordeelde dat het hof terecht alleen rekening had gehouden met de gedeeltelijke vervulling van de gewone militaire dienst bij het bepalen van de straf.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot vernietiging van het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf, waarbij het oordeel over schuld en bewezenverklaring ongewijzigd bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf tot minder dan vijf maanden gevangenisstraf.

Conclusie

Griffienr. 00480/05
Mr. Wortel
Zitting:20 december 2005
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte]
1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verzoeker wegens "opzettelijk niet voldoen aan een wettige oproeping tot het vervullen van vervangende dienst" is veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.
2. Namens verzoeker hebben mrs. G.P. Hamer en A.M. Ficq-Kengen, advocaten te Amsterdam, een schriftuur houdende cassatieklachten ingediend.
3. Het eerste middel bevat de klacht dat de redelijke termijn voor berechting, als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, na verzoekers veroordeling in hoger beroep is overschreden doordat het Openbaar Ministerie na vergeefse aanbieding van de mededeling van het bij verstek gewezen arrest ruim zes jaar heeft laten verstrijken voordat een tweede poging werd gedaan om deze mededeling aan verzoeker te betekenen, en verzoeker al die tijd in een GBA ingeschreven is geweest.
4. De klacht is terecht voorgesteld. Dit moet voeren tot strafvermindering.
5. Het tweede middel keert zich tegen de strafoplegging met de klacht - samengevat - dat het Hof heeft nagelaten de straf te matigen wegens de in de strafmotivering genoemde verlichtende omstandigheden. Er wordt op gewezen dat het Hof als zodanige verlichtende omstandigheden heeft genoemd het afschaffen van de opkomstplicht waardoor niet langer kan worden gezegd dat elke gewetensbezwaarde dezelfde verplichtingen moet nakomen (als degenen die in werkelijke dienst zijn geroepen), alsmede het tijdsverloop in deze strafzaak. Er wordt voorts op gewezen dat in de laatste alinea van de strafoverwegingen is vermeld dat een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend is geacht doch de straf is bepaald op vijf maanden gevangenisstraf omdat verzoeker de gewone militaire dienst gedeeltelijk heeft vervuld. Derhalve heeft, zo wordt betoogd, het Hof alleen die laatstbedoelde strafverlichtende omstandigheid in aanmerking genomen, en geen rekening gehouden met de eerder genoemde strafverlichtende omstandigheden.
6. Kennelijk moeten de overwegingen ter motivering van de straf aldus worden verstaan dat het Hof rekening houdend met de afschaffing van de opkomstplicht en het (in verband daarmee) niet langer voor vervangende dienst oproepen van gewetensbezwaarden, en ook rekening houdend met de duur van de strafprocedure, een gevangenisstraf van zes maanden passend vond.
Dat oordeel onttrekt zich aan het onderzoek in cassatie. Daaraan doet niet af dat de eerste rechter reeds vijf maanden gevangenisstraf oplegde, aangezien de appèlrechter aan het in eerste aanleg bereikte oordeel omtrent de strafmaat niet gebonden is, en evenmin dat het Openbaar Ministerie in hoger beroep vijf maanden gevangenisstaf heeft geëist, aangezien effectief geen zwaardere straf is opgelegd dan gevorderd.
7. De klacht lijkt me dan ook kansloos.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf, en vermindering van die straf.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden