ECLI:NL:PHR:2006:AS3588
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over heffing omzetbelasting en accijns bij extern douanevervoer met carnet TIR en vereiste bewijspositie
Belanghebbende deed aangifte voor extern douanevervoer van sigaretten onder gebruikmaking van een carnet TIR. Na constatering van onregelmatigheden, waaronder valse afstempeling, ontving belanghebbende uitnodigingen tot betaling van invoerrechten, omzetbelasting en accijns. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitnodigingen tot betaling van omzetbelasting en accijns.
De Hoge Raad behandelt of belanghebbende als belastingplichtige kan worden aangemerkt en of de Inspecteur aan de vereiste mededeling- en bewijsvoorschriften heeft voldaan. De Hoge Raad concludeert dat belanghebbende niet als belastingplichtige kan worden beschouwd, omdat het Communautair Douanewetboek (CDW) een uitputtende regeling van schuldenaren kent en nationale bepalingen die daarmee in strijd zijn buiten toepassing blijven.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat de mededeling van de Inspecteur onvolledig was, doordat belanghebbende niet adequaat is geïnformeerd over de termijn en de bewijspositie om aan te tonen waar de onregelmatigheid zich heeft voorgedaan. Dit leidt tot vernietiging van de uitnodiging tot betaling van omzetbelasting en accijns. Het middel van cassatie wordt verworpen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat belanghebbende ten onrechte is uitgenodigd omzetbelasting en accijns te betalen.