ECLI:NL:PHR:2006:AS4123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte vrijstelling omzetbelasting voor diensten door lijkbezorgers en overledenenverzorgsters
De zaak betreft de interpretatie van de vrijstelling van omzetbelasting voor diensten door lijkbezorgers zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Belanghebbende, een overledenenverzorgster, verricht werkzaamheden die traditioneel tot het takenpakket van een lijkbezorger behoren en heeft bezwaar gemaakt tegen de heffing van omzetbelasting over haar diensten.
Het Hof heeft geoordeeld dat de aard van de dienst bepalend is voor de vrijstelling en dat de werkzaamheden van belanghebbende als kenmerkend voor een lijkbezorger gelden, waardoor zij aanspraak kan maken op de vrijstelling en de faciliteit voor kistenmakers en rouwvervoerders. De Staatssecretaris heeft hiertegen cassatie ingesteld met het standpunt dat de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend is en dat belanghebbende niet als lijkbezorger kwalificeert.
De Hoge Raad bevestigt het vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd en dat de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend is. Een lijkbezorger is een ondernemer die alle kerntaken van lijkbezorging (verzorging van het lichaam, uitvaartplechtigheid en teraardebestelling of crematie) als geheel aanbiedt. Belanghebbende verricht slechts een deel van deze kerntaken en kan daarom niet als lijkbezorger worden aangemerkt.
De faciliteit voor ondernemers die een gedeelte van de taak van een lijkbezorger uitvoeren, zoals kistenmakers en rouwvervoerders, geldt alleen indien zij aan de voorwaarden voldoen en presteren jegens andere lijkbezorgers. De Hoge Raad verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek terug om te bepalen in hoeverre belanghebbende aanspraak kan maken op deze faciliteit.
De uitspraak benadrukt de strikte uitleg van vrijstellingen in het btw-recht en het belang van de hoedanigheid van de dienstverrichter bij de toepassing van de vrijstelling voor diensten door lijkbezorgers.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek over de toepassing van de vrijstelling en faciliteit voor overledenenverzorgsters.