ECLI:NL:PHR:2006:AT8208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afronding van verschuldigde omzetbelasting en toepassing rekenkundige methode
De zaak betreft een geschil over de wijze van afronding van de verschuldigde omzetbelasting door een fiscale eenheid die supermarkten exploiteert. Belanghebbende hanteerde een methode waarbij per product de BTW werd berekend en naar beneden werd afgerond, wat leidde tot een lager te betalen bedrag dan bij de gebruikelijke rekenkundige afronding. De Inspecteur verklaarde dit bezwaar ongegrond en het Hof bevestigde dat afronding rekenkundig moet plaatsvinden, ook als dit leidt tot afronding naar de hogere eurocent.
De Hoge Raad onderzoekt de wettelijke en Europese bepalingen omtrent de afronding van omzetbelasting. Uit de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde richtlijn volgt dat de belasting per levering moet worden bepaald, maar niet dat afronding per levering verplicht is. Afronding is noodzakelijk vanwege de beperking van het geldstelsel tot eurocenten, maar dient plaats te vinden op het moment van facturering of aangifte, niet per product.
De conclusie is dat de rekenkundige methode van afronden (afronden op de dichtstbijzijnde cent) het meest recht doet aan het beginsel van strikte evenredigheid tussen belasting en prijs. Afronding naar beneden per product leidt tot administratieve lasten en onzuiverheden. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de geldende praktijk van rekenkundige afronding op het niveau van facturen of aangiften.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de rekenkundige afronding van de verschuldigde omzetbelasting wordt bevestigd.