ECLI:NL:PHR:2006:AU3093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van naheffingsaanslag overschotheffing en toepassing rechtstreekse werking artikel 88 lid 3 EG-Verdrag
Belanghebbende, X B.V., werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag overschotheffing over 1989. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. In cassatie betoogde belanghebbende dat de overschotheffing onrechtmatig was omdat deze onderdeel uitmaakte van een niet tijdig aangemelde steunmaatregel, het Kwaliteitspremiëringssysteem (KPS), en dat artikel 88 lid 3 EG Pro-Verdrag (voorheen artikel 93 lid Pro 3) rechtstreekse werking heeft.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het HvJ EG, dat oordeelde dat een belasting slechts onder het uitvoeringsverbod valt indien er een dwingend bestemmingsverband bestaat tussen de heffing en de steun, waarbij de opbrengst van de heffing noodzakelijkerwijs voor de financiering van de steun wordt bestemd. In deze zaak bleek dat de verdeling van de opbrengst van de overschotheffing discretionair was en niet wettelijk voorgeschreven, waardoor geen dwingend bestemmingsverband bestond.
De Hoge Raad concludeert dat de overschotheffing geen integrerend onderdeel is van de steunmaatregel en dat het beroep op de rechtstreekse werking van artikel 88 lid 3 EG Pro-Verdrag niet slaagt. Hierdoor blijft de naheffingsaanslag rechtmatig. De uitspraak bevestigt dat belastingen in beginsel niet onder het staatssteunregime vallen, tenzij zij een direct en dwingend verband hebben met de financiering van een steunmaatregel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de overschotheffing vormt geen integrerend onderdeel van de steunmaatregel en is rechtmatig geheven.