ECLI:NL:PHR:2006:AU3724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afdwingbaarheid van mediationovereenkomst bij partneralimentatie na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-partners over partneralimentatie na hun echtscheiding in 1992, waarbij een mediationovereenkomst in hoger beroep niet werd nagekomen door de vrouw vanwege emotionele en financiële redenen. Het hof had geoordeeld dat duurzame instemming van beide partijen vereist is voor mediation en dat deze instemming ontbrak, waardoor het verzoek tot verwijzing naar mediation werd afgewezen.
De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het verzoek tot mediation niet had gehonoreerd, terwijl partijen een mediationovereenkomst hadden gesloten. De Hoge Raad overwoog dat mediation vrijwillig en vrijblijvend is en dat een partij die geen positieve verwachting heeft van mediation niet verplicht kan worden tot medewerking.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van duurzame instemming een rechtvaardiging is om mediation niet voort te zetten en dat emotionele redenen een legitiem beletsel kunnen vormen. Ook werd benadrukt dat het hof geen verzoek tot verwijzing naar mediation had ontvangen en dat het hof de zaak binnen redelijke termijn moest afhandelen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; mediation kan niet worden afgedwongen zonder duurzame instemming van beide partijen.