ECLI:NL:PHR:2006:AU4755
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over termijn teruggaaf dividendbelasting en vrijheid van kapitaalverkeer
De zaak betreft een Belgische inwoner die in 2000 dividend ontving van Nederlandse vennootschappen en verzocht om teruggaaf van te veel ingehouden dividendbelasting. Dit verzoek werd geweigerd omdat het niet binnen de in het belastingverdrag met België gestelde termijn van twee jaar na het kalenderjaar van inhouding was ingediend.
De belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof, dat de weigering bevestigde. Het Hof oordeelde dat de termijn strikt moet worden nageleefd en dat omstandigheden zoals waterschade en communicatieproblemen met de fiscus daaraan niet afdoen.
In cassatie betoogt de belanghebbende dat de termijn onredelijk is en strijdig met het EG-recht, met name de vrijheid van kapitaalverkeer. De Hoge Raad onderzoekt of de termijn leidt tot een ongunstiger behandeling van grensoverschrijdende situaties ten opzichte van binnenlandse situaties en bespreekt de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG.
De Hoge Raad concludeert dat de tweejaarstermijn inderdaad een belemmering kan vormen voor de vrijheid van kapitaalverkeer omdat binnenlandse belastingplichtigen een langere termijn hebben voor teruggaaf. Er is geen objectieve rechtvaardiging voor dit onderscheid. De Hoge Raad overweegt dat de zaak mogelijk prejudiciële vragen aan het HvJ EG verdient en adviseert vernietiging van de eerdere uitspraken en toekenning van de teruggaaf.
Uitkomst: De Hoge Raad adviseert vernietiging van de eerdere uitspraken en toekenning van teruggaaf van dividendbelasting vanwege strijdigheid van de termijn met de vrijheid van kapitaalverkeer.