ECLI:NL:PHR:2006:AU5702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke dekkingsplicht WAM-verzekeraar bij onrechtmatig gedrag bestuurder buiten voertuig
Deze zaak betreft een ongeval op de A30 waarbij een bestuurder, na het raken van een haas, zijn auto parkeerde op de vluchtstrook en vervolgens terugliep over de rijbaan. Een andere bestuurder week uit, slipte en botste tegen de geparkeerde auto. De verzekeraar Univé betwistte dekking onder de WAM omdat de schade niet door het motorrijtuig zelf maar door de bestuurder als voetganger zou zijn veroorzaakt.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) ruim moet worden uitgelegd, mede vanwege internationale en Benelux-regelgeving die een brede dekking beoogt. Het hof had vastgesteld dat er een voldoende causaal verband bestond tussen het deelnemen aan het verkeer met het motorrijtuig en de schade.
De Hoge Raad oordeelt dat het stoppen op de vluchtstrook en het teruglopen naar de plaats van de aanrijding onlosmakelijk verbonden zijn met het deelnemen aan het verkeer. Daarmee valt de schade onder de dekking van de WAM. Daarnaast verwierp de Hoge Raad het verweer dat schuldvermenging tot niet-ontvankelijkheid zou leiden, omdat dit geen ambtshalve toe te passen rechtsregel is.
Het cassatieberoep van Univé wordt verworpen, waarmee de dekking van de WAM-verzekeraar voor de schade wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Univé wordt verworpen en de dekking van de WAM-verzekeraar voor de schade wordt bevestigd.