ECLI:NL:PHR:2006:AU6741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet voldoen aan bevel tot beëindiging van betoging zonder voorafgaande kennisgeving
Op 25 juni 2003 hield verdachte samen met circa twintig anderen een betoging op het Plein en Lange Poten te 's-Gravenhage tegen de oorlog in Irak, gekleed in witte T-shirts met politieke teksten en met een spandoek. Er was geen voorafgaande schriftelijke kennisgeving gedaan aan de burgemeester zoals vereist volgens de Wet Openbare Manifestaties (WOM) en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Den Haag.
De politie verzocht de woordvoerder de betoging binnen 15 minuten te beëindigen. Toen dit niet gebeurde, werd een bevel gegeven de betoging te stoppen. Verdachte weigerde dit bevel op te volgen en ging door met het uitdelen van pamfletten bij de Tweede Kamer, waarna hij werd aangehouden.
Het Hof oordeelde dat sprake was van een betoging in de zin van de WOM en dat het bevel tot beëindiging terecht was gegeven op grond van het ontbreken van de vereiste kennisgeving. Het Hof ging er ten onrechte van uit dat politieambtenaren bevoegd waren om namens de burgemeester het bevel te geven zonder nadere mandatering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof wegens onvoldoende motivering omtrent de mandatering van de politie en het ontbreken van een beoordeling of de beëindiging van de betoging noodzakelijk was met het oog op de belangen genoemd in art. 9 lid 2 Grondwet Pro en art. 2 WOM Pro. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
De zaak bevat ook een uitgebreide bespreking van de wettelijke kaders rond het recht op betoging, de vereiste kennisgeving, de bevoegdheden van burgemeester en politie, en de verhouding tot het EVRM, met name art. 10 over Pro vrijheid van meningsuiting.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen wegens onvoldoende motivering over mandatering en belangenafweging.