ECLI:NL:PHR:2006:AU6935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste feitelijke grondslag en onvoldoende beoordeling art. 3:84 lid 3 BW
Deze zaak betreft een geschil tussen een curator en een koper over de eigendom en afgifte van een Rolls Royce die door de curator namens een onder curatele gestelde persoon was gekocht. De curator vorderde afgifte van de auto of vervangende schadevergoeding nadat de koper de auto aan een derde had doorverkocht.
De rechtbank wees de primaire vordering af wegens onvoldoende bewijs van eigendomsoverdracht, maar kende de subsidiaire schadevergoeding toe. Het hof bevestigde dit oordeel en baseerde zich daarbij op art. 3:84 lid 3 BW Pro, dat overdracht tot zekerheid verbiedt, en op een verklaring van de koper als partijgetuige.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof feiten heeft toegevoegd die niet door partijen waren gesteld en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom art. 3:84 lid 3 BW Pro van toepassing zou zijn. Er was geen voldoende feitelijke grondslag om te beoordelen of de overeenkomst binnen het kader van deze wetsbepaling viel. Ook is het hof tekortgeschoten in de beoordeling van het enige door eiser aangevoerde argument in hoger beroep.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de beslissing over de kosten toe aan de cassatie-instantie. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de juiste rechtsregels en een volledige motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste feitelijke grondslag en onvoldoende beoordeling van art. 3:84 lid 3 BW.