ECLI:NL:PHR:2006:AU7119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van opzetheling met onvoldoende strafmotivering
In deze zaak werd verzoeker door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van opzetheling. De bewezenverklaring betrof het voorhanden hebben en overdragen van ING Verzamelbrieven, overdraagbare schuldbewijzen bestemd voor handel tussen geldinstellingen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat het hof ten onrechte had vastgesteld dat het feit zowel in Rotterdam als Delft was begaan, terwijl alleen voor Delft voldoende bewijs was geleverd. Daarnaast was de strafmotivering ontoereikend doordat het hof aannames deed over de strafwaardigheid van het handelen van verzoeker zonder dat daarvoor voldoende bewijs was aangedragen.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet duidelijk had gemaakt waarom personen [medeverdachte 1] zonder prompte betaling zouden vertrouwen, noch dat de strafwaardigheid mede bepaald werd door voorgenomen verzilvering van andere gestolen stukken. Ook was het hof tekortgeschoten in het onderbouwen van de verblijfplaats van medeverdachte [medeverdachte 2].
Gelet hierop werd de bestreden uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting, waarbij het hof zonodig aanwijzingen van de Hoge Raad dient te volgen.
De zaak benadrukt het belang van een nauwkeurige bewezenverklaring en een duidelijke, op bewijs gestoelde strafmotivering in strafzaken.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende motivering en terugverwezen voor hernieuwde berechting.