ECLI:NL:PHR:2006:AU8055
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door enkelbreuk
De zaak betreft een verdachte die door het hof was veroordeeld wegens het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een slachtoffer, namelijk een gebroken enkel. De benadeelde partij had een schadevergoeding van € 2.134,97 toegewezen gekregen. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat niet bewezen was dat het letsel een gebroken enkel betrof en dat dit letsel als zwaar lichamelijk letsel moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het hof over het bestaan van zwaar lichamelijk letsel in belangrijke mate aan de feitenrechter is voorbehouden, maar dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de enkelbreuk als zwaar lichamelijk letsel moest worden gekwalificeerd. De aard van het letsel, de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel waren onvoldoende toegelicht. Ook was de motivering van het hof ten aanzien van de toegewezen schadevergoeding onvoldoende, omdat het hof niet op de betwisting van de schadeposten was ingegaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling in hoger beroep. De conclusie van de procureur-generaal benadrukte dat het vonnis van de politierechter nietig was vanwege het ontbreken van motivering over de schadevordering en dat het hof dit niet mocht bevestigen zonder nadere motivering.
De zaak illustreert het belang van een gedegen motivering door de feitenrechter bij de kwalificatie van letsel als zwaar lichamelijk letsel en bij de beoordeling van schadevorderingen in het strafproces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het letsel en de schadevordering.