ECLI:NL:PHR:2006:AU8131
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschokte rechtsorde als grond voor gevangenhouding drugskoerier
Deze zaak betreft de gevangenhouding van een verdachte die op Schiphol werd aangehouden met 2,2 kilogram cocaïne. De rechtbank en het hof wezen de vordering tot gevangenhouding af omdat de rechtsorde niet ernstig was geschokt zoals bedoeld in art. 67a lid 2 onder 1o Sv. De Hoge Raad bevestigt dat de hoogte van de straf niet doorslaggevend is voor het oordeel over de geschoktheid van de rechtsorde.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op de langdurige toepassing van een noodmaatregel waarbij drugskoeriers met minder dan 3 kilo cocaïne zonder dagvaarding werden heengezonden, zonder dat dit tot maatschappelijke onrust leidde. Het hof onderschreef dit oordeel. De Hoge Raad stelt dat de vrees voor 'public disorder' concreet moet worden aangetoond en dat een abstracte verwijzing naar de strafmaat onvoldoende is.
De conclusie is dat voorlopige hechtenis alleen gerechtvaardigd is als er concrete aanwijzingen zijn dat vrijlating leidt tot verstoring van de openbare orde. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, mede omdat het hof onvoldoende aandacht heeft besteed aan de inspanningen van de staat om de noodsituatie te beëindigen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de geschokte rechtsorde en gevangenhouding.