ECLI:NL:PHR:2006:AU8270
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring ondanks ongeoorloofde conclusies in getuigenverklaringen
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met zijn minderjarig stiefkind en een ander minderjarig persoon, met een gevangenisstraf van 21 maanden waarvan 7 voorwaardelijk. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegewezen.
In cassatie werd aangevoerd dat bepaalde getuigenverklaringen onrechtmatig meningen en conclusies bevatten en daarom niet als bewijs mochten dienen. De Hoge Raad oordeelde dat de passages met meningen inderdaad niet als bewijs konden worden gebruikt, maar dat het bewezenverklaarde ook zonder deze passages uit de overige bewijsmiddelen kon worden afgeleid.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de veroordeling in stand. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. De uitspraak bevestigt de grenzen van toelaatbare bewijsvoering en het belang van een zorgvuldige bewijswaardering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling en straf blijven in stand.