ECLI:NL:PHR:2006:AU9381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde levenslange gevangenisstraf voor verstandelijk gehandicapte verdachte in doodslagzaak
De zaak betreft een verstandelijk gehandicapte verdachte met een IQ van 60, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor doodslag. Het hof had de conclusie van een psychiater over verminderde toerekeningsvatbaarheid overgenomen, maar oordeelde dat vanwege het grote recidivegevaar en het ontbreken van behandelmogelijkheden een levenslange straf onvermijdelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering onvoldoende is, omdat het hof niet heeft onderzocht of alternatieven zoals opname in een psychiatrische instelling mogelijk zijn om het gevaar te keren. Tevens is niet onderzocht of de levenslange straf leidt tot een mensonwaardige situatie in strijd met art. 3 EVRM Pro.
Verder werd het middel verworpen dat stelde dat vanwege de verstandelijke handicap geen opzet bewezen kon worden. Het hof had het bewijs van opzet terecht aangenomen gezien het ontbreken van een verweer hiertegen.
Ook werd een beroep op noodweerexces verworpen, omdat het handelen van verdachte niet gericht was op noodzakelijke verdediging. De strafmotivering was voldoende, ondanks het feit dat de verdachte alcoholverslaafd is en een laag IQ heeft.
De Hoge Raad verbeterde ambtshalve een niet-toepasselijke wetsartikelverwijzing en verwierp het cassatieberoep verder.
Uitkomst: De levenslange gevangenisstraf is onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd voor heroverweging.