ECLI:NL:PHR:2006:AU9716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag statutair directeur betekent in beginsel einde arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal de vraag of het ontslag van een statutair directeur van een besloten vennootschap automatisch het einde van zijn arbeidsovereenkomst met die vennootschap betekent. De eiser was benoemd tot statutair directeur en had daarnaast een arbeidsovereenkomst als commercieel directeur. Na zijn ontslag als statutair directeur wilde hij zijn arbeidsovereenkomst voortzetten als gewone werknemer.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsovereenkomst nog bestond, maar dat onduidelijk was welke werkzaamheden de eiser na het ontslag moest verrichten. Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat het ontslag als statutair directeur ook de arbeidsovereenkomst beëindigde, zonder dat toestemming van het CWI vereist was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het ontslag van een statutair bestuurder in beginsel ook het einde van de arbeidsrelatie betekent, tenzij een wettelijk ontslagverbod of een afwijkende afspraak tussen partijen dit verhindert.
De Hoge Raad besprak tevens de problematiek van de onlosmakelijkheid van het bestuurderschap en de arbeidsovereenkomst, waarbij werd geoordeeld dat een bestuurder die zijn functie neerlegt niet eenzijdig kan bepalen dat alleen het bestuurderschap eindigt, terwijl de arbeidsovereenkomst blijft voortbestaan. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar vereisen duidelijke afspraken. De conclusie van de procureur-generaal was dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het ontslag als statutair directeur leidt in beginsel ook tot het einde van de arbeidsovereenkomst.