ECLI:NL:PHR:2006:AV1109
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verbetering onteigeningsvonnis volgens art. 31 Rv
Deze zaak betreft een geschil tussen de Staat en Princeville Beheer B.V. over de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen een verbetering van een onteigeningsvonnis op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De rechtbank had op 1 december 2004 een vonnis gewezen waarin de schadeloosstelling was vastgesteld en de Staat veroordeeld werd tot betaling van proceskosten. Later werd het vonnis op 9 februari 2005 verbeterd wegens een kennelijke fout, waarbij de kosten van juridische en technische bijstand werden toegevoegd. De Staat stelde cassatieberoep in tegen deze verbetering.
De Hoge Raad overweegt dat een verbetering op grond van art. 31 Rv Pro het oorspronkelijke vonnis niet vervangt, maar dat het vonnis gelezen moet worden zoals verbeterd. Tegen de beslissing tot verbetering staat in beginsel geen rechtsmiddel open, tenzij een uitzondering (doorbrekingsgrond) van toepassing is, zoals een essentieel vormverzuim. In deze zaak werd het beroep tegen de verbetering niet ontvankelijk verklaard omdat de Staat geen belang had bij het beroep en de klachten ook in een parallelprocedure waren ingebracht.
De Hoge Raad merkt op dat een vonnis van een meervoudige kamer niet door een enkelvoudige kamer mag worden verbeterd, maar erkent dat in uitzonderlijke situaties een andere rechter bevoegd kan zijn. Desalniettemin was in deze zaak geen inhoudelijke beoordeling van deze klacht nodig. De conclusie is dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep tegen de verbetering van het vonnis niet ontvankelijk.