ECLI:NL:PHR:2006:AV1150
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling ondanks niet-uitgevoerd tegenonderzoek alcoholgehalte
De verdachte werd veroordeeld wegens het rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 645 microgram per liter uitgeademde lucht. Na het ademonderzoek verzocht verdachte om een tegenonderzoek door middel van bloedonderzoek. Een arts nam bloed af dat naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werd gestuurd. De verdachte werd geïnformeerd dat hij binnen zes weken een bedrag van 91 euro aan het NFI moest betalen voor de analyse.
De verdachte betaalde dit bedrag niet, ondanks een betalingsherinnering die naar een door hem opgegeven adres werd gestuurd. Hierdoor heeft het NFI het bloedmonster vernietigd voordat de wettelijk voorgeschreven bewaartermijn was verstreken. Het hof oordeelde dat het aan de verdachte te wijten was dat het tegenonderzoek niet heeft plaatsgevonden en dat de vernietiging van het bloedmonster geen afbreuk doet aan de bewijsvoering.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar de wettelijke regeling dat het tegenonderzoek voor rekening van de verdachte is en dat tijdige betaling vereist is. De verdachte was door de politie adequaat geïnformeerd over de betalingsverplichting. Het niet-betalen en het daardoor uitblijven van het tegenonderzoek leidt er niet toe dat het ademonderzoek niet als bewijs kan dienen. De klacht dat het tegenonderzoek werd onthouden faalt, evenals de klacht over de vernietiging van het bloedmonster.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling ondanks het niet-uitgevoerde tegenonderzoek wegens niet-betaling door verdachte.