ECLI:NL:PHR:2006:AV1162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens conflict van rechtspraak tussen Nederlandse en Antilliaanse veroordeling
Aanvraagster werd door de Politierechter in Nederland veroordeeld voor het opgeven van een valse naam op 4 september 2003, terwijl zij op diezelfde datum door het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen (GEA) werd veroordeeld voor een drugsdelict. Door het tijdsverschil en de reistijd tussen Nederland en Curaçao is het onmogelijk dat zij beide feiten heeft gepleegd.
De Hoge Raad stelt vast dat het Nederlandse vonnis vatbaar is voor herziening, maar dat het Antilliaanse vonnis gelijkgesteld moet worden met een buitenlands vonnis en niet door de Hoge Raad kan worden herzien. Het Antilliaanse vonnis vormt een nieuw feit in de zin van art. 457 lid 1 onder Pro 2 Sv.
Gelet op het ernstige vermoeden dat de Nederlandse Politierechter bij kennis van het Antilliaanse vonnis tot vrijspraak zou zijn gekomen, verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond. Het Nederlandse vonnis wordt vernietigd, de tenuitvoerlegging wordt geschorst indien nodig, en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling conform art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, vernietigt het Nederlandse vonnis en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling.