ECLI:NL:PHR:2006:AV1558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid belastingadvieskantoor voor nalaten waarschuwen wetswijziging vennootschapsbelasting
Deze zaak betreft een geschil tussen het belastingadvieskantoor Ernst & Young en haar cliënten, Kölnische c.s., over de beroepsaansprakelijkheid van Ernst & Young. De kern van het geschil is of Ernst & Young een spontane adviseringsplicht had met betrekking tot de invoering van artikel 28b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Vpb), dat de waardering van aandelenbelangen in buitenlandse lichamen wijzigde van historische kostprijs naar waarde in het economisch verkeer.
Ernst & Young had tax comfort letters (TCL's) afgegeven waarin zij niet had gewezen op de mogelijke gevolgen van deze wetswijziging, terwijl zij daarover wel kennis had. Het Hof Amsterdam oordeelde dat Ernst & Young geen spontane waarschuwingsplicht had, maar wel een verplichting om bij beantwoording van de TCL-vragen te wijzen op de mogelijke toepasselijkheid van artikel 28b Vpb. Ernst & Young had dit nagelaten, waardoor zij onrechtmatig handelde en schadeplichtig was.
De Hoge Raad bevestigt dat Ernst & Young niet verplicht was om zonder opdracht te informeren, maar dat zij bij beantwoording van de TCL-vragen niet had mogen nalaten te wijzen op de wetswijziging. De hoogte van de vergoeding of het feit dat het om standaardvragen ging, doet hieraan niet af. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Ernst & Young en bevestigt daarmee de aansprakelijkheid voor de schade die Kölnische c.s. hebben geleden door het niet tijdig waarschuwen.
Uitkomst: Ernst & Young is aansprakelijk voor het niet wijzen op de mogelijke toepassing van artikel 28b Vpb in tax comfort letters.