ECLI:NL:PHR:2006:AV1577
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betwisting provisieovereenkomst en beëindiging dealerovereenkomst tussen telefoonmaatschappij en bemiddelaar
In deze zaak staat centraal of eiser recht heeft op provisie voor bemiddeling bij de totstandkoming van corporate pack aansluitingen bij een rechtsvoorgangster van Vodafone. Eiser stelt dat hij in 1996 een dealerovereenkomst sloot en bemiddelde voor 48 aansluitingen. Vodafone betwist het bestaan van een geldige overeenkomst en stelt dat een eventuele overeenkomst per 1 maart 1997 is geëindigd door annulering van de dealercode.
De kantonrechter oordeelde dat er in mei 1997 geen agentuurovereenkomst meer bestond, maar dat eiser recht had op vergoeding voor 12 aansluitingen. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de dealerovereenkomst was beëindigd door de annulering van de dealercode per 1 maart 1997. Daarnaast erkende het hof dat partijen nadien een nieuwe overeenkomst sloten voor een concrete eenmalige transactie.
Eiser stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof over de beëindiging van de overeenkomst en de ingangsdatum van de wettelijke rente. De Hoge Raad overwoog dat Vodafone nieuwe verweren in een laat stadium mocht inbrengen, mits de wederpartij hierop voldoende kon reageren. Het hof had het verweer over de beëindiging van de overeenkomst door opzegging terecht betrokken. De klacht van eiser werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat de dealerovereenkomst per 1 maart 1997 is geëindigd en Vodafone niet eerder in verzuim was.