ECLI:NL:PHR:2006:AV2365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belediging en wederspannigheid tegen politiefunctionaris
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder verkrachting, poging tot doodslag, vernieling, mishandeling, huisvredebreuk, wederspannigheid en belediging van een politiefunctionaris.
Het hof baseerde de bewezenverklaring van twee feiten (zaak C, feiten 4 en 5: belediging en wederspannigheid tegen een politiefunctionaris) uitsluitend op de verklaring van één getuige, een politiefunctionaris, die niet zelf een proces-verbaal had opgemaakt maar gehoord was in het proces-verbaal van een collega. De Hoge Raad oordeelt dat dit onvoldoende is, omdat de wet vereist dat bewijs niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag worden gebaseerd, tenzij het een ambtsedig proces-verbaal betreft dat door de getuige zelf is opgemaakt.
De Hoge Raad benadrukt dat de uitzondering in art. 344, tweede lid, Sv, die ambtsedige processen-verbaal een bijzondere bewijskracht toekent, restrictief moet worden toegepast. Een verklaring van een getuige die opsporingsambtenaar is maar niet zelf het proces-verbaal heeft opgesteld, kan deze bijzondere bewijskracht niet krijgen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor de feiten van zaak C onder 4 en 5 en spreekt verdachte vrij van deze feiten. De rest van het arrest blijft in stand. Tevens wordt opgemerkt dat het cassatieberoep binnen een redelijke termijn moet worden behandeld, mede gezien de detentie van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de feiten van belediging en wederspannigheid tegen een politiefunctionaris wegens onvoldoende bewijs.