ECLI:NL:PHR:2006:AV2377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord ondanks betwisting bewijs en opsporingsmethoden
In deze zaak werd verdachte door het gerechtshof veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord. Verdachte stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder het betwisten van de afwijzing van een getuigenoproep en het beroep op bewijsuitsluiting vanwege vermeende onrechtmatige stelselmatige informatie-inwinning.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot het horen van een belangrijke getuige terecht was afgewezen omdat het onaannemelijk was dat deze binnen een aanvaardbare termijn zou verschijnen. De verdediging voerde aan dat de politie onvoldoende had gezocht, maar het hof vond het politieonderzoek adequaat. Daarnaast werd het beroep op bewijsuitsluiting verworpen omdat de bijzondere opsporingsbevoegdheid niet was overschreden, ondanks dat informanten gebruik maakten van een valse identiteit en betrokken waren bij aankopen van wapens en voertuigen.
Verder stelde de verdediging dat een vijfde persoon de slachtoffers had doodgeschoten, maar het hof achtte aannemelijk dat verdachte zelf de schutter was. Ook de kritiek op de plaats en wijze van de moord werd verworpen. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvattingen in het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling stand hield.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord.