ECLI:NL:PHR:2006:AV2661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking rechter-commissaris inzake vaststellingsovereenkomst in faillissement
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van een hoger beroep centraal dat is ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris tot goedkeuring van een vaststellingsovereenkomst gesloten door de curator in faillissement. Verzoekers hadden het beroep ingesteld zonder de gronden van het beroep te vermelden, met de intentie deze later aan te vullen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren aangevuld.
De Hoge Raad bevestigt dat het beroepschrift de gronden moet bevatten waarop het beroep berust, zodat wederpartij zich kan verweren en de rechter de grieven kan beoordelen. Hoewel in uitzonderlijke gevallen aanvulling met bekwame spoed is toegestaan, hebben verzoekers nagelaten hun gronden tijdig aan te vullen. Ook is overwogen dat alleen partijen bij de beschikking van de rechter-commissaris het recht van hoger beroep hebben, en dat verzoekers niet als zodanig konden worden aangemerkt.
Verder is besproken dat de korte beroepstermijn van vijf dagen strikt moet worden gehanteerd en dat de beroepstermijn aanvangt op de dag na de datum van de beschikking, ongeacht wanneer kennis is genomen. De klachten van verzoekers dat zij onterecht niet als partij werden aangemerkt en dat hun rechten op een onafhankelijke rechter werden geschonden, worden verworpen. De Hoge Raad concludeert tot verwerping van het cassatieberoep wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig aangevoerde beroepsgronden en het ontbreken van partijstatus.