ECLI:NL:PHR:2006:AV3384
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bescherming vormmerk en auteursrecht spijkerbroek Elwood tegen Benetton
G-Star, een Nederlandse kledingontwerper, vorderde staking van inbreuk op haar auteurs- en merkrechten door Benetton, die een vergelijkbare broek met kniestukken via franchisenemers in Nederland verkocht. De rechtbank wees de merkenrechtelijke vorderingen af, maar kende auteursrechtelijke bescherming toe. Het hof stelde vast dat Benetton in Nederland inbreuk maakte en dat zowel het vormmerk broek als het kniestuk voldoende onderscheidend vermogen bezaten, ondanks weigering door het Europees Merkenbureau. Het hof verwierp het verweer dat de vormmerken de wezenlijke waarde van de broek beïnvloeden en dat het depot van het kniestuk te kwader trouw was.
De Hoge Raad behandelde dertien cassatiemiddelen, waaronder de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter, de geldigheid van vormmerken en de toepasselijkheid van Europese richtlijnen. Het hof oordeelde dat het onderscheidend vermogen van de merken moet worden beoordeeld op het moment van inroepen van bescherming, niet bij depot, en bevestigde dat cumulatie van merken- en auteursrechtelijke vorderingen is toegestaan. Ook werd vastgesteld dat het kniestuk als afzonderlijk merk geldig is en dat Benettons verweer van kwade trouw faalt.
Verder werd het auteursrechtelijke karakter van de Elwood bevestigd, waarbij de combinatie van vormgevingselementen als origineel werd beschouwd. Benettons beroep op verwatering van het auteursrecht werd verworpen. De Hoge Raad concludeerde dat het hof in zijn beoordeling geen onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd en dat de vorderingen van G-Star terecht zijn toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de geldigheid van G-Stars vormmerken en auteursrecht en wijst Benettons beroep af.