ECLI:NL:PHR:2006:AV4007
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van de Belastingdienst als benadeelde partij in strafproces bij onttrekking aan beslag
In deze zaak stond centraal of de Belastingdienst, als onderdeel van de Rijksoverheid, zich als benadeelde partij kan voegen in een strafproces op grond van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte had zijn auto, waarop beslag was gelegd wegens openstaande belastingschulden, onttrokken door deze weg te schenken aan een derde. Hierdoor was de mogelijkheid tot verhaal van de belastingschuld gefrustreerd.
De verdediging betoogde dat alleen burgers als benadeelde partij kunnen optreden en dat de Belastingdienst niet ontvankelijk was. Het hof verklaarde de Belastingdienst ontvankelijk en kende een schadevergoeding toe. De Hoge Raad bevestigde dat de wetgever met het 'open systeem' van de Invorderingswet beoogt dat de ontvanger ook de bevoegdheden van een schuldeiser heeft, waaronder het zich voegen als benadeelde partij in het strafproces.
De Hoge Raad oordeelde dat rechtspersonen, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, zich kunnen voegen als zij rechtstreeks schade hebben geleden in een belang dat door de strafbepaling wordt beschermd. Ook werd bevestigd dat de vordering uit onrechtmatige daad tot vergoeding van onverhaalbare belastingschulden niet in strijd is met publiekrechtelijke regels. Wel werd het arrest vernietigd voor zover het een schadevergoedingsmaatregel oplegde zonder vervangende hechtenis, omdat de wet dit voorschrijft.
De conclusie is dat de Belastingdienst ontvankelijk is als benadeelde partij in het strafproces en aanspraak kan maken op schadevergoeding, mits voldaan is aan de voorwaarden van directe schade en beschermde belangen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van de Belastingdienst als benadeelde partij en vernietigt het arrest voor de opgelegde schadevergoedingsmaatregel zonder vervangende hechtenis.